
Nieuws
Wereldwijd heerst er overal nog een grondstoffentekort. De gehele industrie en alle winkel hebben daarmee te kampen, dus ook de consumenten worden hard getroffen. De tekorten zijn vorig jaar ontstaan toen de coronapandemie uitbrak. Dat is inmiddels anderhalf jaar geleden, maar de tekorten zijn er nog steeds. Waarom is dat? Bouwbedrijven moet hun werk stilleggen omdat ze een tekort aan bouwmaterialen, zoals staal en hout hebben. Autofabrikanten moeten hun productie tijdelijk stilleggen. Fietsfabrikanten kunnen geen onderdelen meer krijgen. Producten van toiletpapier hebben tekorten, en zo kunnen we nog wel even doorgaan. De uitbraak van de coronapandemie wordt al boosdoener genoemd, maar dat is inmiddels alweer anderhalf jaar geleden. Je zou denken dat producten, leveranciers en vervoerders dan al tijd genoeg moeten hebben gehad om zich aan te passen. In de praktijk blijkt dat echter moeilijker dan gedacht.
Vraag en aanbod uit balans
De ellende begon inderdaad toen COVID-10 uitbrak. China, de ‘fabriek van de wereld’, had er al in de eerste maanden van 2020 mee te maken. Hierdoor kwam de productie van veel materialen en artikelen stil te liggen. In navolging van China gebeurde dat later ook in de rest van de wereld. Maar toen de fabrieken wereldwijd gingen sluiten, werd de vraag echter steeds groter. Consumenten gingen meer online bestellen, meer fietsen, meer klussen en meer thuiswerken waar allerlei apparatuur voor nodig was. Het gevolg moge duidelijk zijn: de verhouding tussen vraag en aanbod raakte geheel uit balans. Producten hebben die achterstand tot op heden nog steeds niet weg kunnen werken. Een extra tegenslag hierbij was dat de invoer van al die goederen werd bemoeilijkt door de coronapandemie. Schepen hadden een hele tijd niet gevaren door die uitbraak. Vervolgens duurt het dan weer maanden voordat de scheepvaart weer op volle toeren draait.










